@all
Stel, je geloof dóet ertoe en je wilde er werk van maken, maar je raakt verzeild in wat welbeschouwd een welhaast godvergeten werkelijkheid is:
- ... mensen met een grote betrokkenheid op de kerk. Maar hun liefde werd ernstig op de proef gesteld
- dat directeur [X] zich de afgelopen jaren heeft omringd met ja-knikkers, met mensen die veel aan hem te danken hebben.
- ‘Dit moet dan ‘de vindplaats van geloof, hoop en liefde’ zijn’, zegt een vertrokken leidinggevende cynisch.
- Apathie, wantrouwen, het zit in ieder haarvat van de organisatie.
Twee woorden hierboven heb ik er maar even uit laten springen, in het rood. Wat mij trouwens door de ziel sneed was beslist ook het volgende:
‘Dit moet dan ‘de vindplaats van geloof, hoop en liefde’ zijn’, zegt een vertrokken leidinggevende cynisch.
De oud-teamleider die ontslag nam om wat er gebeurde met zijn leidinggevende, vertelt dat zijn ouders in eerste instantie heel trots waren dat hun zoon voor de kerk werkte. Maar in zijn laatste periode daar, dacht hij zelf: ‘God is hier niet meer.’ Hij gaat sindsdien ook niet meer naar de kerk.
Als het werkklimaat nader is bekeken, kan de uitkomst zijn dat machtsmechanismen een ongecontroleerd
destructief eigen leven gingen leiden.
Onlangs handelde het in ons forumberaad over een andere geloofsgemeenschap. Ongenoegen had ook daar het nieuws gehaald, waardoor de zorg was uitgesproken dat de buitenwacht er misschien wel schande van zou spreken! Als het binnenskamers was gebleven, dan... Ja, wat dán?
Terugblikkend op een mogelijk vergelijkbaar Gethsemane in deze samenhang; ook voor mij voelde het destijds als een voorrecht om -juist in dienstbetrekking- een radertje in het geheel te mogen zijn, maar onterecht wilde ik daardoor vaak liefst over onaangenaamheden heen stappen. Allerminst besefte ik al dat er wel eens iets grondig mis kon zijn met de opzet van
de organisatie. Onverhoopt was dit toch echter wél het geval. Zoals in de kerkgemeenten, werd van kerkelijke medewerkers verwacht loyaal te zijn aan hun -met goddelijk gezag beklede- leidinggevenden. Hier wringt de schoen:
in het Werk van God verdient elk radertje evenveel respect, maar in de geloofspraktijk schort het soms aan waarborgen.
Wat ik heb moeten leren inzien, is dan ook dat er op de
kerkvloer zomaar van alles over het hoofd kan worden gezien, zelfs: willens en wetens. Wie dát ondervindt, stuit niet zelden tot overmaat van ramp in zijn of haar geloofsgemeenschap op onbegrip en de geborgenheid daar valt weg. Je zou zeggen: dat laatste kan toch geenszins de bedoeling zijn! Wenden de -met goddelijk gezag beklede- leidinggevenden nu dát gezag aan?
[wordt vervolgd]
Groet,
TjerkB