@all
Enkele herinneringen kwamen bij mij op:
- God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
- Sterk de zwakken, sterk de moeden,
geef hun nieuwe zielemoed;
help ons daag’lijks biddend waken,
dat ons niets versagen doet.
Van huis uit en "in de gemeenschap" werd mij dit meegegeven. Wie had kunnen denken dat het daar later nog uitdrukkelijk op aan zou komen? Bij veel dingen hoeft heus niet in zwart-wit te worden gedacht; dat begrijp ik, maar was in Zijn werk Hijzelf niet de bouwer? Vol overtuiging zongen wij ook:
" 't Is, Heer, Uw werk, van U alleen, het werk waarin wij staan; daar Heer, Gij zelf de Bouwer zijt, kan't nimmermeer vergaan"?
Vaak dienden zich naderhand toestanden aan waarbij het volkomen duidelijk was: nu draait men het om!
't Is, heer, Ons Werk, waarin gij staat.
Hoe ik een goed heenkomen moest zoeken, wist ik niet, maar ik verliet mijn vertrouwde omgeving. Dan voel je je dus ontheemd. "Nach dem neuapostolischen Glaubensverständnis" was dat natuurlijk aan mijzelf te wijten, maar "terug naar de vleespotten van Egypte" was geen optie.
(...) Wat ik nóóit heb kunnen begrijpen, is: waarom kan de hoofdzaak niet eenvoudig de hoofdzaak blijven? Ik bedoel, als alles begint en eindigt met de liefde van God...
- Liefde, heil'ge liefde, gave Gods zo groot,
Vrucht van rein geloven, dierbaar goud kleinood.
Zalig, zalig, wie dat goud vergaart,
In de schoot der liefde eeuwig blijft bewaard.
Zalig, zalig is, wie dat goud vergaart.
... waarvan wij toch ook meekregen
"Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde"; hoe komt het dan dat het nota bene middenin de gemeenschap soms zomaar kon gebeuren dat zielen door wanpraktijken (!) van dienaren (!) werden mishandeld? Je zou zeggen: wie dat treft, kan rekenen op z'n broeders en zusters die daar met de neus bovenop staan! Ik dacht dat tenminste wel! Toch zou in voorkomende gevallen veelal blijken dat ooggetuigen zich afwendden, ervan uitgaande: dit is een zaak voor de dienaren; wij staan hierbuiten. Met andere woorden:
"Moet ik soms waken over mijn broer?"
Als je dat zo waarneemt, valt zoiets op geen enkele manier te rijmen met wat niet alleen ik maar velen met mij thuis en in onze kerk meekregen.
Ondertussen werd er met meewarige blikken naar mij gekeken: ik had de rug toegekeerd naar het levende altaar, ik had mij laten beroven van de vrede, enzovoort. "Nach dem neuapostolischen Glaubensverständnis" zit je dan goed fout. Dan speel je met vuur, niet in de laatste plaats ook als huispriester in je gezin. Dat moest mij dus zwaar worden aangerekend. Hoe had ik toch zo eigenzinnig naar de duivel kunnen gaan varen?
(...) Wat niemand zich daarbij kennelijk wilde realiseren, is, dat ik altijd véél vragen heb gesteld - maar die bleven vrijwel altijd onbeantwoord. Als er al werd geantwoord, kwam het híerop neer: "
stil maar, wacht maar; alles wordt nieuw". "In het naschouwen" zou het wel duidelijk worden. Ik vond dat echter getuigen van een dusdanige onverschilligheid en ook van een zo kwalijk verontrustende lauwheid in het geloof, dat ik er geen kant mee op kon. Sterker nog; ik wílde er ook echt geen kant mee op. Eén ding stond vast: in de kerk die ik was ontvlucht, héb je niks te willen.
Sinds ik in 2007 mijn kerk verliet, heb ik in forumbijdragen veel "dagboeknotities" gedeeld. Ik wist van tevoren bij wijze van spreken niet of er een vijfdaagse of een tachtigjarige oorlog was begonnen - want zo voelde het tussen de bedrijven door in de chaos die er was ontstaan nogal eens aan: oorlog. Een chaos overigens doordat werkelijk de hoofdzaak de hoofdzaak niet meer mocht zijn. "Dienaren" verloren zich in bijzaken.
En nu werden wij deze week geattendeerd op het onderstaande:
- Auffällig ist in diesem Zusammenhang auch, dass eine Mitarbeiterin der italischen Kirchenverwaltung zum Jahreswechsel 2023/2024 ausgeschieden ist. Sie hat der Kirche sogar anwaltlich Mobbing vorgeworfen.
Had zij net als ik, in de gemeenschap maar ook toen ik voor de kerk in loondienst werkzaam was, zich maar overal bij neer te leggen gehad? Mochten door bazig bulldozergedrag van "zegenaars" ook háár grenzen niet worden gerespecteerd? Mocht ook zij daarom worden weggepest? En waren van haar broeders en zusters, volop "staande in de geloofsgehoorzaamheid", nu ook haar zulke meewarige blikken ten deel gevallen?
Dat zal dan geen eenvoudige opgave zijn om mee te maken. Ik weet er iets van hoe dat is! (...) Hebben wij nog wel oog voor elkaars welzijn?
Groet,
TjerkB