- “Hartelijke Geliefde Apostel - in diepe verbondenheid met U, met mijn Oudste wil ik leven! Alles wat U van mij vraagt wil ik in mijn leven uitvoeren!
Hartelijke groeten van mijn vrouw, ook voor Uw vrouw,
Uw broeder…”
Bron: Bericht (m.b.t. NAK-jeugddag 1981) op “
Za 29 Okt 2016, 15:26” in de thread “Nostalgie”
@all
Hoe word je in de Nieuw-Apostolische Kerk een [hoge(re)] "dienaar"? Toen ik een tiener was, waren hierbij mijn gedachten waarschijnlijk het eerst uitgegaan naar het prachtige Bijbelverhaal over de zalving van David. Dan lees je namelijk op een gegeven moment het volgende:
"Maar de HEER zei tegen Samuel: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’ " (1 Samuel 16: 7). Goddank, dacht ik altijd: dat is géén mensenwerk. Spijtig genoeg bleek het in mijn kerk zo níet te zijn. Het is én blíjft daar namelijk mensenwerk. Okay, is nu misschien iemands gedachte; maar mensen kunnen toch ook boven zichzelf uitstijgen en zich met grote toewijding dagelijks inzetten voor de Heiland?!
Een ander verhaal in de Bijbel in deze samenhang handelt over de roeping van Jeremia:
- [4] De HEER richtte zich tot mij: [5] ‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ [6] Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ [7] Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. [8] Wees voor niemand bang, want ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER.’
Uit: Jeremia 1 (NBV)
Integere dienaren in de Nieuw-Apostolische Kerk reikten mij -over de geschiedenis van het rijk van God- deze achtergronden aan. Ik vond het fijn om daarover veel te weten te komen. Echter, de Bijbel beschrijft niet louter gelukzaligheid. In Prediker 1 vers 18 wordt er al gewaarschuwd:
"Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart." Trouwens, ook Samuel bleef niet gevrijwaard van de rauwe zelfkant van het leven in de tempel. Denk maar aan wat er in 1 Samuel 2 wordt beschreven over het wangedrag van de zonen van Eli:
- [12] De zonen van Eli waren een stel afpersers. Ze trokken zich niets van de HEER aan [13] en maakten misbruik van de rechten die aan het priesterambt verbonden zijn. Wanneer iemand een offerdier liet slachten, dan kwam er als het vlees gaar was een priesterknecht met een drietandige vork. [14] Daarmee prikte hij in de pot, de pan, de ketel of de schaal, en alles wat aan de vork bleef hangen, eigende de priester zich toe. Zo verging het alle Israëlieten die in Silo kwamen offeren. [15] Sterker nog, soms kwam de priesterknecht al voor er rook van het vet opsteeg eisen: ‘Geef het vlees aan de priester om het te roosteren. Maar wel rauw; gestoofd vlees wil hij niet!’ (...)
Om kort te gaan; het mag dan wel zo zijn dat ik graag leerde, maar het duurde niet lang of ik kwam erachter dat de werkelijkheid vele malen weerbarstiger is dan ik mij deze had voorgesteld. Maar was er daarmee iets nieuws onder de zon? Blijkbaar niet:
- [23] Maar dit volk is koppig en opstandig,
het is zijn eigen weg gegaan.
[24] Zij zeiden niet:
“Wij moeten ontzag hebben voor de HEER, onze God,
die ons tijdig regen geeft,
in het najaar en het voorjaar,
die een vaste oogsttijd geeft.”
[25] Jullie zonden hebben deze orde verstoord,
welvaart bleef door jullie wandaden uit.
Uit: Jeremia 5 (NBV)
In de Nieuw-Apostolische Kerk werd er nogal eens gesproken van "de wereld om ons heen", al heb ik mij daar altijd hoogst ongemakkelijk bij gevoeld want, hoe subtiel ook, op anderen werden Bijbelteksten geprojecteerd als
"En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen" (Joh. 1: 5, SV). Ik vond dat aanmatigend. Maar zulke opmerkingen zijn ook onterecht:
- Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.
Uit: Hebreeën 4: 12 (NBV)
Immers, wanneer je je laatdunkend of discriminerend uitlaat over anderen, zegt dat natuurlijk ook wel iets over jezelf. De vraag is alleen: hoe verdraag je kritiek? (...) De dienaren die ik als kind leerde kennen, hadden mij echter een gevoel van geborgenheid gegeven. So far, so good.
"Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind..." (1 Kor. 13: 11, NBV). Toch stond het altijd al voor mij vast dat het werk van God, Zijn schepping, heel veel meer omvat dan de kerk waar ik bij hoorde. De districtsoudste in ruste
Frank Preusse (Hannover) drukte het deze week treffend uit als gastredacteur bij
Glaubenskultur-Magazine:
- "Hat man Angst um den Fortbestand der eigenen Institution Kirche? Fehlt die Erkenntnis eines Gamaliel, dass ein Werk, welches von Gott ist, nicht untergehen kann? Fehlt der Mut, alte Exklusivansprüche aufzugeben?"
Bron: Premium-Artikel "
Haltet uns nicht auf! - Ein Zwischenruf zum ökumenischen Dialog in Deutschland" d.d. 02-11-2016 bij
Glaubenskultur-Magazine
Steeds vaker vielen mij in de Nieuw-Apostolische Kerk situaties op waarin ambtsdragers op het angstvallige af probeerden om "hun meerderen in de organisatie" ter wille te zijn, ze te gehoorzamen, sterker nog, zich aan dezen te onderwerpen, niet alleen als het ging om geestelijke zaken maar ook -en dat verbaasde mij- bij zaken waar je misschien zelf wel het meeste verstand van hebt. Tijdens mijn dienstverband op het bureau van de Centrale Administratie kwam ik daardoor meer dan eens in conflict met "collega's". Ze hadden eenvoudig ongelijk, wat later soms pijnlijk moest blijken. Door hun koppigheid verloor ik mijn respect voor zulke "bazen en bovenbazen". Ondertussen werd er "voor straf" in het geheel niet meer naar mij geluisterd. Zo zouden ze mij wel mores leren. Bewust echter zag ik ervan af het stockholmsyndroom te ontwikkelen, maar de psychische onderdrukking en het isolement, waarmee ik werd opgezadeld, gingen mij niet in de koude kleren zitten. "In de keuken van de kerk" werd het mij onverhoopt duidelijk dat betrokkenen -mijn kwelgeesten- voor zichzelf uit alle macht een façade van heiligheid optrokken. Ik wist zeker dat men hiermee vroeg of laat zou vastlopen. Met deze ervaringsfeiten op zak zag ik in 2010 snel in dat broeder Rohn iets dergelijks was overkomen.
Hoe word je in de Nieuw-Apostolische Kerk een [hoge(re)] "dienaar"? Welnu, geef dan als volgt te kennen:
"Alles wat U van mij vraagt wil ik in mijn leven uitvoeren!"
Groet,
TjerkB
