@Alexander
Uitdrukkelijk stelde jij:
"Het is voor mijn verwerking nodig om de ervaringen van mij af te schrijven en deze niet in mijn lichaam op te slaan." Ergens koester je dan wellicht ook altijd nog de voorzichtige hoop dat door op die manier iets op te helderen het onbegrip zich ten goede keert.
Ikzelf heb natuurlijk ook véél geschreven. Eerst was dat vooral omdat ik het echt pijnlijk vond dat naasten die in dezelfde geloofsgemeenschap jarenlang saamhorig met elkaar waren opgetrokken, elkaar emotioneel kwijtraakten - en het leek wel: door futiliteiten. Aangelegenheden dus die, op zichzelf beschouwd, te onbeduidend zijn om niet tot klaarheid te willen brengen. Ik snapte werkelijk niet dat wie in het apostolische werk ook is opgegroeid met prachtige liederen als
"Zooals de glanzende sterren verbleeken" (in
het gezangboek uit 1933 is dat al lied 124), met
"Kom! Hoor het woord: "Gij zult hier trooste vinden: God stilt hier door Zijn liefd' uw zielepijn" (destijds lied 9), en het lied dat ik in mijn vorige bericht al aanhaalde,
"De rotsgrond: 'Geloof en Vertrouwen' " (destijds lied 99); dat, alles bij elkaar genomen, ál dat vele moois ons dan nóg te weinig zou hebben toegerust om, wanneer het er op aankomt, de
Liefde zoals die werd verwoord en in klank gebracht, om te zetten in daden!
Over de liederen die ik als organist in de Nieuw-Apostolische Kerk vóór aanvang van de diensten zou spelen, dacht ik van tevoren serieus na. Daardoor zijn niet alleen de melodieën mij bijgebleven, maar van de liederendichters misschien wel bovenal de vaak veelbetekenende inhoud.
Uit de drie bovengenoemde liederen enkele passages:
- Laat liefde lichten, bij werk en plichten.
Dát zal bestaan, wat in liefd' is gedaan.
***
Wordt g'u bewust, hoe liefd'rijk Jezus is.
Geef dan vrijmoedig weer getuigenis:
"Ik ga met God, ik ben Zijn eigendom... "
***
De rotsgrond: "Geloof en Vertrouwen"
Die d'invloed der tijden weerstaat,
Zij u 't fundament om te bouwen,
Een woning, die nimmer vergaat.
Alleen al -welbeschouwd- de multidimensionale herinneringen aan deze liederenschat, zijn voor mij van een niet in geld uit te drukken waarde. Terwijl ik als kind amper nog kon praten, laat staan lezen en schrijven, nam ik het allemaal in mij op; óók hoe er met bezieling werd gezongen.
Pas veel, heel véél later kon ik er niet omheen dat er met liedteksten ook akelig
misleidend kan worden geknoeid. Zo werd
"Welk een vriend is onze Jezus" op enig moment
omgebogen tot
"Welk een vriend is ons d'Apostel". Eerder waren tallozen al aan de haal gegaan met het Evangelie.
Vooraan in het genoemde oude gezangboek viel mij vanochtend iets op. Daar wordt namelijk niet alleen vermeld...
- Gezangboek der Hersteld Apostolische Zending-Gemeente in de Eenheid der Apostelen in Nederland en koloniën
Uitgegeven door: De Centrale Administratie der H.A.Z.G. - 1933
Druk van Posthuma's Electrische Drukkerij, Enkhuizen
... maar het afgebeelde embleem vermeldt ook een Bijbeltekst:
Wat zou dáár nu toch precies staan, zo wilde ik weten! Welnu, dít dus:
- [1] Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. [2] Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde.
Wow! De reden ervan dat mij dit enorm aansprak, is vooral dat als je ergens géén
verwarring (!) aan toevoegt, het vaak nog wel te begrijpen valt.
Paulus legde als volgt uit wat hij bedoelde:
- [3] Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. [4] De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, [5] want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.
[6] Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan. [7] Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid: vóór alle tijden heeft God besloten dat wij door haar zouden delen in zijn luister. [8] Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel hebben gekend, dan zouden ze de Heer van alle luister niet hebben gekruisigd. [9] Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft.’
(...) Als gelovigen elkaar na verloop van tijd desondanks emotioneel uit het oog verliezen én uit het hart; hóe heeft zoiets dan kunnen gebeuren?
Zou niet menige leidinggevende zichzelf groter hebben gewaand dan nodig om eenvoudig, zoals Paulus,
"het geheim van God te verkondigen"?
Men kan zich wel geroepen voelen om, meeliftend op het Evangelie, zelf een denksysteem te verzinnen en daar dan schijnwerpers op te richten, maar in het échte Evangelie is de
Liefde van God van het zuiverste gehalte! Samenvattend: dan wordt dus niemands nagedachtenis geschonden!!
Groet,
TjerkB