Een gezonde dosis respect voor wie God zendt...

Uiteenlopende onderwerpen m.b.t. het apostolische geloofsleven
Plaats reactie
Gebruikersavatar
BakEenEi
Berichten: 1134
Lid geworden op: wo 22 sep 2010, 17:23

Een gezonde dosis respect voor wie God zendt...

Bericht door BakEenEi »

basis schreef:(...)
Het apostolische werk heeft altijd een apostelcultus gehad. Net als de Mariaverering bij de Katholieken is daar op zich niet zoveel mis mee, (zet maar bloemetjes neer bij dat beeld als jij je daar goed bij voelt) een gezonde dosis respect voor de gezondene lijkt mij binnen ons werk niet alleen traditioneel verklaarbaar maar ook best in het heden nog verdedigbaar het moet de eerbied en het respect voor de zender (Jezus) alleen niet in de weg staan.

Het gaat erom dat binnen de organisatie van de NAK en dan met name de NAK-Internationaal er steeds meer wordt gehandeld op grond van protocollen die van te voren zijn vastgesteld, bedrijfsvoering inderdaad. Zo is uit het Apostolische Werk van weleer langzamerhand maar steeds meer en meer een apostolische Kerk geworden....

(...)

Bron: basis op vr 21 jan 2011, 15:36 in de thread "Nieuw Apostolische Kerk... een sekte of toch het enige Godswerk op aarde?/overspannen eindtijdverwachting in de NAK herleeft".
@all

Een gezonde dosis respect voor wie God zendt - dat mag op dit Forum wel een afzonderlijk item zijn, dacht ik zojuist. Stamapostel Streckeisen haalde eens aan hoe Jeremia was geroepen:
  • [4] De HEER richtte zich tot mij: [5] ‘Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijd, je een profeet voor alle volken gemaakt.’ [6] Ik riep: ‘Nee, HEER, mijn God! Ik kan het woord niet voeren, ik ben te jong.’ [7] Maar de HEER antwoordde: ‘Zeg niet: “Ik ben te jong.” Richt je tot iedereen naar wie ik je zend en zeg alles wat ik je opdraag. [8] Wees voor niemand bang, want ik zal je ter zijde staan en je redden – spreekt de HEER.’ [9] En de HEER strekte zijn hand uit, raakte mijn mond aan en zei tegen mij: ‘Hiermee leg ik mijn woorden in jouw mond. [10] Nu, op deze dag, geef ik je gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, om ze te vernietigen en af te breken, op te bouwen en te planten.’

    Uit: Jeremia 1 (NBV)
En van districtsevangelist De Vries, oom Yske, herinner ik mij dat hij in een jeugddienst eens het indrukwekkende verhaal vertelde van Judit (en Holofernes). Ook zij (!) was door God gezonden:
  • [16] Daarom ben ik, uw dienares, toen ik dit allemaal te weten kwam, van hen weggevlucht. God heeft mij gezonden om dingen met u te doen waarvan de hele wereld versteld zal staan.

    Uit: Judit 11 (NBV)
Indrukwekkend ook is wat er in Handelingen 8 wordt beschreven over Filippus en de Ethiopiër (die zijn weg vervolgde vol vreugde):
  • [26] Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.’
    Uit: Handelingen 8 (NBV)
Het bijzondere van alles is dat God zendt die Hij zenden wil. Te denken ook aan Mozes (Num. 16: 28), aan de engel die Daniël beschermde in de leeuwenkuil (Dan. 6: 23); of aan Ananias (Han. 19: 17). Over Jezus Christus schrijft Paulus later:
  • Christus als fundament
    [1] Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: [2] wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. [3] Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: [4] één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, [5] één Heer, één geloof, één doop, [6] één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.
    [7] Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. [8] Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ [9] ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? [10] Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. [11] En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, [12] om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, [13] totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. [14] Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. [15] Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. [16] Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.


    Uit: Efeziërs 4 (NBV)
Wat ik met het bovenstaande graag wil zeggen is dit: zou het niet verreweg het beste zijn als wij het geheel en al aan God overlaten wie Hij zendt? Het zou fijn zijn als ook de nieuw-apostolische kerkleiding zich daar -eindelijk- bij neerlegt!

Groet,
BakEenEi
Less Is More

Gebruikersavatar
BakEenEi
Berichten: 1134
Lid geworden op: wo 22 sep 2010, 17:23

Re: Een gezonde dosis respect voor wie God zendt...

Bericht door BakEenEi »

@all

Over "een apostelcultus" nog gesproken - ik vroeg mij af: hebben de apostelen in Jezus' tijd voor een dergelijke verering "Ja of Nee" de grondslag gelegd?! Toen ik deze vraag geruime tijd op mij had laten inwerken, wist ik het: néé, zo was het zeer zeker níet. Wat het "werk Gods" van al het andere wezenlijk onderscheidt is dat het net als de vrede Gods (vgl. Filippenzen 4: 7) alle verstand te boven gaat. Ik vind het indrukwekkend hoe Paulus dit beschreef voor de Korintiërs:
  • [1] Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. [2] Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde. [3] Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. [4] De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, [5] want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.
    [6] Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan. [7] Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God vóór alle tijden besloten heeft dat wij door haar zouden delen in zijn luister. [8] Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel hebben gekend, dan zouden ze de Heer die deelt in Gods luister niet hebben gekruisigd. [9] Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’ [10] God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. [11] Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. [12] Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. [13] Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke.


    Uit: 1 Korintiërs 12
Dit is dus een geheel andere samenhang dan de samenhang die tegenwoordig met een omhaal aan woorden wordt nagestreefd in statuten en wat dies meer zij: "Want het koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht." (1 Korintiërs 4: 20)!!

Het is echt niet mijn bedoeling om nu met een boel bijbelteksten aan te komen en daarmee de schijn te wekken dat een ieder die het leest er maar voor heeft te zwichten, doch toen ik zojuist nog wat verder op dit onderwerp inzoomde, werd ik er in feite stil van hoe "gezondenen" wel een grondslag leggen maar dan beslist níet om vervolgens zelf gedurig in het middelpunt van de belangstelling te staan. Je zult destijds maar voor het Sanhedrin hebben moeten verschijnen om je voor je roeping te verdedigen. Wij weten dat het Paulus overkwam...
  • 1 ‘Broeders, zusters, en u, leden van het Sanhedrin, luister naar wat ik tot mijn verdediging heb aan te voeren.’ 2 Toen de menigte hoorde dat hij hen in het Hebreeuws toesprak, werd het nog stiller. Paulus vervolgde: 3 ‘Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. Ik ben een vurig dienaar van God, en u allen geeft vandaag blijk van hetzelfde. 4 Ik heb de aanhangers van de Weg tot de dood toe vervolgd. Mannen en vrouwen heb ik gevangengenomen en laten opsluiten, 5 iets dat de hogepriester en de hele raad van oudsten kunnen bevestigen. Ik heb van hen zelfs aanbevelingsbrieven gekregen voor onze broeders in Damascus, toen ik daarheen ging om de volgelingen van Jezus in die stad gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen, waar ze hun straf moesten ondergaan. 6 Maar onderweg, niet ver van Damascus, gebeurde er tegen het middaguur iets onverwachts: opeens werd ik omstraald door een fel licht uit de hemel. 7 Ik viel op de grond en hoorde een stem tegen me zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?” 8 Ik vroeg: “Wie bent u, Heer?” En de Heer antwoordde: “Ik ben Jezus van Nazaret, die jij vervolgt.” 9 De mensen die bij me waren, zagen wel het licht, maar hoorden niet de stem van hem die tegen me sprak. 10 Ik vroeg: “Wat moet ik doen, Heer?” De Heer zei tegen mij: “Sta op en ga naar Damascus, daar krijg je precies te horen wat je opdracht is.” 11 Omdat het stralende licht me blind gemaakt had, namen mijn reisgenoten me bij de hand en brachten me zo naar Damascus.

    12 Daar kwam een zekere Ananias naar me toe, een man die de wet trouw naleefde en bij alle Joodse inwoners van de stad in hoog aanzien stond. 13 Hij ging voor me staan en zei: “Saul, broeder, open je ogen!” En op datzelfde ogenblik kon ik hem zien. 14 Hij zei: “De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om je zijn wil bekend te maken, om de rechtvaardige te zien en hem te horen spreken, 15 want je zult zijn getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gezien en gehoord hebt. 16 Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept.”


    Uit: Handelingen 22
... maar ook Petrus en Johannes:
  • 13 Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd. 14 Maar omdat ze de man die genezen was bij hen zagen staan, konden ze niets tegen hun woorden inbrengen. 15 Nadat ze hun bevolen hadden de raadszaal te verlaten, overlegden ze met elkaar. 16 Ze zeiden: ‘Wat moeten we met hen doen? Voor alle inwoners van Jeruzalem is het duidelijk dat ze een wonder hebben verricht, en wij kunnen dat niet ontkennen. 17 Maar om te voorkomen dat het gerucht zich nog verder onder het volk verspreidt, moeten we hen waarschuwen met niemand meer over Jezus te spreken en hun verbieden zijn naam nog te gebruiken.’ 18 Ze riepen hen terug en bevalen hun de naam van Jezus op geen enkele manier meer te gebruiken en het volk niet meer over hem te onderrichten. 19 Maar Petrus en Johannes zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar hem? Oordeelt u zelf! 20 We moeten immers wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben.’ 21 Na hen nogmaals dreigend te hebben toegesproken lieten ze hen vrij, want ze wisten niet hoe ze hen konden straffen nu de mensen God loofden en eerden om wat er was gebeurd. 22 De man die zo wonderbaarlijk was genezen, was namelijk meer dan veertig jaar verlamd geweest.

    Uit: Handelingen 4
"De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest", zo lichtte Paulus het toe in diens eerste brief aan de gemeente in Korinte (vanuit Efeze; en men denkt in het jaar 55). Dáár zit het hem werkelijk in: in de kracht van de Heilige Geest!! Zouden wij het niet aan God willen overlaten hoe deze Kracht werkzaam mag zijn?! De Bijbel laat hierover al geen misverstand meer bestaan...
  • De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.

    Uit: Johannes 3: 8 (NBV)
Overigens; het geloof laat zich niet aanpraten maar het laat zich ook niet zomaar afnemen want: het is een geschenk van God...
  • Als God hun wegens hun geloof in de Heer Jezus Christus hetzelfde geschenk wilde geven als ons, hoe had ik hem daar dan van kunnen weerhouden?’
    (Petrus over de doop van de heidenen in Handelingen 11: 17)

    Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God (Efeziërs 2: 8)
Vanwege alle verwarring die wij soms kunnen ervaren doordat menigeen zich(zelf) geroepen voelt om vereerd te worden, om het hoogste woord te voeren, om zogenaamd uit naam van God "de dienst uit te maken"; om al die verwarring een beetje uit de weg te ruimen, heb ik dit nu op deze manier geschreven.

Groet,
BakEenEi
Less Is More

Gebruikersavatar
BakEenEi
Berichten: 1134
Lid geworden op: wo 22 sep 2010, 17:23

Re: Een gezonde dosis respect voor wie God zendt...

Bericht door BakEenEi »

@all

De wederwaardigheden van de laatste maanden op dit forum over organisatorische ballast waarmee broeders met bestuurlijke ambities in de Nieuw-Apostolische Kerk in Nederland het zichzelf en vele anderen enorm moeilijk hebben gemaakt hielden voor mij opnieuw een pijnlijke confrontatie in met de omstandigheden waaronder ik enkele jaren geleden de kerk "ontvluchtte". Ook toen wilde bij de kerkleiding niemand iets weten van een beklemmende situatie, terwijl ik daar vanuit mijn geloof (!) juist zeer vaak aandacht voor had gevraagd. Ik begreep niet waarom het in de praktijk van het nieuw-apostolische geloof anders moest zijn dan zoals het in de Bijbel naar voren komt in bijvoorbeeld de volgende zinsneden:
  • Matteüs 11,29
    Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden,

    Matteüs 11,30
    want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

    Handelingen 15,10
    Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen?
Nadat ik noodgedwongen (!) mijn lidmaatschap had opgezegd, schreef ik aan één van de bestuursleden die ik persoonlijk goed ken nog het volgende:
  • Ten afscheid

    Door middel van dit schrijven wil ik verduidelijken hoe het komt dat er voor mij geen andere keuze overbleef dan het lidmaatschap van onze kerk op te zeggen. Onze D.Ap. gaf in diens reactie op mijn laatste e-mail aan jou (02/05/2007 11:46) aan mijn verzoek te eerbiedigen.

    Van een aantal zaken in onze kerk heb ik door de jaren heen een enorme afkeer gekregen. Wat daarbij de kroon spant is nonchalance van ambtsdragers die zichzelf hogere dienaren noemen. Nonchalance met name welke zich uit in het weglopen voor verantwoordelijkheden.

    Ik ben ervan overtuigd geraakt dat de Stamapostel en de gezamenlijke Districtsapostelen handelen in strijd met het Tweede Gebod door in Vragen en Antwoorden te stellen dat de Nieuw-Apostolische Kerk dient te worden beschouwd als het opnieuw opgerichte verlossingswerk van de Heer, en dat diezelfde kerk wordt geregeerd door de Heilige Geest. Zie vraag 167 van de Nederlandse uitgave 1993.
    Met dit uitgangspunt is er boven Gods akkerwerk een kunsthemel met kunstlicht aangebracht.

    Op deze wijze is de nieuw-apostolische geloofsleer tot een nieuw “gouden kalf” gemaakt. Gelovigen wordt voorgehouden dat de Heilige Geest een religieuze organisatie zou kunnen bezielen, terwijl ambtsdragers worden geacht, zulks op straffe van uitsluiting, zich geheel en al aan zgn. Lehraussagen te conformeren. Hiermee worden schapen Zijner weide te grazen genomen. Bestuurders wijzen de verantwoordelijkheid af voor hun aandeel in de gestichte verwarring en zij laten slachtoffers met (blijvend) geestelijk letsel goeddeels aan hun lot over.

    Dit is de kern van mijn bezwaar tegen de handelwijze van verantwoordelijken in onze kerk. Het valt mij op dat hogere dienaren, wanneer het er soms om spant, geregeld ervoor kiezen de verantwoordelijkheid voor hun handelen af te wentelen op onschuldige (goed)gelovigen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de verklaring t.a.v. de Boodschap van St.Ap. Bischoff, of recentelijk aan de verklaring van Ap. Krause in de kwestie Hamburg-Blankenese. Zie mijn e-mail 01/05/2007 22:13.

    Het valt mij steeds meer op hoezeer er zich in onze kerk omstandigheden aftekenen van polarisatie, disharmonie en desintegratie. Anders gezegd, er ontstaat verdeeldheid doordat de overigens gedurig veranderende geloofsleer steeds meer dwingend wordt opgelegd; er ontstaat ongenoegen doordat er steeds minder ruimte is voor ieders spontane inbreng; en er ontstaat ontevredenheid doordat de kerkleiding zich het lot van “zwerfkinderen” niet aantrekt. Met zwerfkinderen bedoel ik kinderen Gods die het aldus aangemeten keurslijf niet paste...

    Bij de aankondiging van de Leidraad Dienen en leiding geven raakte ik, zoals je weet, destijds volkomen in de war. Ik zag er geen waarborg in voor betere zielzorg, doch veeleer een poging van het internationale kerkbestuur om af te komen van het imago van een sekte. Toen die Leidraad later verscheen, bleek er niets in te staan over wat zielzorg feitelijk omvat. In datzelfde licht zie ik de op handen zijnde catechismus. Niet dat er iets tegen zou zijn op het afwerpen van dat vervelende imago, doch moet de theorie prevaleren boven de praktijk?

    Ergens schreef ik: “Men heeft niet in de gaten dat wie met Zijn woord aan de haal gaat, terstond wordt verblind voor Zijn waarheid.” (...) Zie evt. http://www.nakobserver.nl/phpbb2/viewto ... ight=#8703. Ik zou willen dat hogere dienaren zich rekenschap geven van de nagalm die hun handelen meebrengt, en dan speciaal voor hen die -tegen de geloofsleer in- niet anders kunnen dan afzien van een “onbegrensd vertrouwen” in ambtsdragers van de Nieuw-Apostolische Kerk.

    Amersfoort, 4 mei 2007
Op het bovenstaande schrijven kreeg ik geen antwoord. De karavaan trok verder. Zonder mij. Ik was nog wel in leven, maar nu had ik mij "nach dem neuapostolischen Glaubensverständnis" afgewend van "het levende altaar". Ik wilde de dingen zeker beter weten dan mijn "zegenaars". Wie zich zo weerbarstig opstelt, kan niet worden geholpen... Ik had tot het einde moeten volharden - maar waarin eigenlijk?

Volgens mijn moeder merkte ik als kind al eens op: "Dat is toch een kwestie van logisch nadenken!" Inmiddels was het 40 jaar later. Ik had me suf gepiekerd over wat er in de Nieuw-Apostolische Kerk achter de schermen gaande moest zijn. Niemand vertelde je daar ooit wat over. Niemand wist immers iets! En degenen die wél wat wisten, maakten anderen niet wijzer dan het wenselijk werd geoordeeld. Het zal rond 2002 zijn geweest dat ik in een gesprek bij ons thuis tegen een priester zei: "De hele Nieuw-Apostolische Kerk staat in de steigers. Zonder dat het is aangekondigd heeft er een enorme verbouwing plaats. Het verontrust mij." Betrokkene hoorde het "in Keulen donderen" en wist ook niet wat hij ervan moest zeggen. Echter, wat het geloof betrof, heb ik graag altijd alles willen weten en ik deed ook moeite om veel aan de weet te komen. Zodoende was mijn informatie toereikend om te weten wat ik toen vertelde. Mijn interesse had (heeft) maar één enkele reden, en die komt erop neer dat ik wil(de) zijn "in de dingen mijns Vaders". Antwoorden bleven dus uit. Mijn vragen namen alleen maar toe, tot ik in 2007 het eenrichtingverkeer in de communicatie niet langer kon verdragen. Het had zelfs niet uitgemaakt toen ik "die statische toestand" eens vergeleek met kinderen die opgroeien in een gezin, terwijl de ouders telkens alleen maar zeggen dat vragen die bij deze kinderen opkomen er (nog) niet toe doen.

Het was in de Nieuw-Apostolische Kerk (in Nederland) dus een kwestie van zwieg'n en ja-knikk'n. Daar had ik na 50 jaar apostolisch-zijn genoeg van want het maakte mij doodongelukkig. Ook dat was voor de "zegenaars" nog geen reden om de nood te lenigen. Telkens opnieuw had ik mij erover uitgesproken. Jaar-in, jaar-uit. Ik voelde als het ware een steek in het hart, steeds wanneer tijdens een openbare eredienst "de zorg van de districtsapostel" in de gemeente werd neergelegd: er zouden te weinig dienaren zijn. Dan sprak ik hierover bij een gezinsbezoek en stelde ik de vraag of de districtsapostel niet velen over het hoofd had gezien. Waren niet allen (!) een radertje in Zijn werk? Er was een afgebakende (exclusieve) "kring der dienaren", maar daar begreep ik na 50 jaar nog altijd niets van! Achteraf bezien denk ik dat als ik eens iets opmerkte het als een soort van humor, of zo, is opgevat. Het werd in elk geval níet serieus genomen. Nimmer!

Het wegwuiven, bagatelliseren van vragen en opmerkingen zoals ik er nu enkele voorbeelden van gaf, werkte bij mij als zand in de raderen. In feite kwam ik op de nieuw-apostolische geloofsweg er amper nog door vooruit. Altijd had ik het fijn gevonden om ingedeeld te zijn als organist, maar de laatste keer (het was eind april 2007) wist ik dat ik het daarna niet meer zou kunnen. Ik maakte dat nog wel kenbaar, maar tegelijkertijd wilde ik mijn vrijheid terug! Niet langer wilde ik ingekapseld zijn in een beklemmend menselijk denksysteem met per saldo alleen maar eenrichtingverkeer in de communicatie.

Van wie de Nieuw-Apostolische Kerk verlaat wordt doorgaans aangenomen dat het dan met iemands geloof nog slechts bergafwaarts kan gaan. Men zou "de Bron van het Leven" hebben verlaten, men zou de genade niet meer deelachtig zijn, enzovoort. Welnu, zo is het werkelijk niet!! Het omgekeerde bleek het geval te zijn!! Wie namelijk ontsnapt aan een soort van gevangenschap waarbij de liefde Gods wordt onderdrukt, kan daarna (eindelijk) opgelucht ademhalen!! Nu het in de tussentijd duidelijk is geworden wat er achter de schermen bij het internationale kerkbestuur voortdurend gaande moet zijn geweest (de schriftgeleerdheid is er opnieuw uitgevonden), ben ik blij geen lijdend voorwerp meer te hoeven zijn. De bestuurlijke problemen die zich in Nederland in alle hevigheid nu manifesteren, verwonderen mij evenmin.

In de achterliggende drie jaar heb ik telkens weer met "hogere verantwoordelijke leidinggevenden" contact gezocht om aan te geven dat het met verschillende zaken niet goed uitpakt; zuiver omdat ik begaan ben met vrienden, bekenden en familie in de Nieuw-Apostolische Kerk over wie ik mij zorgen maak. In plaatselijke kerkgemeenten kan het nog wel aangenaam toeven zijn, maar wie in Europees verband de ontwikkelingen volgt kan via het Internet snel ontdekken dat de kerkleiding nogal doorgeschoten is in haar taakopvatting - en dan druk ik mij héél voorzichtig uit. (Districts)apostelen gedragen zich en maken overal hun opwachting alsof men in diplomatieke dienst een hoge vertegenwoordiger is van de Verenigde Naties. Alles wisselt op hun wenken. Mij werd door één van hen voorgehouden dat ik mij nu van het "werk Gods" heb gedistantieerd. Het was districtsapostel Brinkmann die mij dit te verstaan gaf. Op een brandende vraag die ik hem had gesteld, wordt echter niet geantwoord.

To the point: laat u niet misleiden!

Groet,
BakEenEi
Less Is More

Plaats reactie